Standen House & Gardens ligt maar een paar kilometer van het Brambletye Hotel. Deswegen zijn we de allereerste gasten van vandaag. We wachten geduldig een paar minuten tot het hek naar het parkeerterrein openzwaait. We worden hartelijk ontvangen door een stoet vrijwilligers. De meeste zijn dik gepensioneerd. Ze vinden het heerlijk om iedereen de weg te wijzen, sterke verhalen op te hangen of gewoon even te chatten. Het huis stamt van eind negentiende eeuw, en is gebouwd als weekendhuis voor de rijke Londense advocaat Beale. Het huis is ontworpen door Webb, een architect die zeer bevriend was met Philip Morris. Die meneer Morris was de belangrijkste exponent van de arts & kraft movement van die tijd: simpele kunst, ambachtelijk gemaakt met simpele materialen.
Het buiten oogt eenvoudig en knus, maar is in feite loeigroot. Het is niet gebouwd om te laten zien hoe rijk de bewoner was, maar streefde comfort en gezelligheid na. De entree is eigenlijk een soort dorpsplein. Dat klopt ook, want de oorspronkelijke boerderijen staan er nog, inclusief een schuur uit de vijftiende eeuw. Het geheel is op een heuvelrug gebouwd, en de tuinen zijn spannend aangelegd met romantische plekjes en wandelpaden doorhet bos.
Het huis zelf is groot maar gezellig van binnen. Je zou er zo verliefd op kunnen worden. Helaas mag je binnen niet fotograferen. De National Trust wou Standen House eigenlijk eerst niet hebben (jaren ‘70), want het was te modern. De geschonken huizen en landerijen moesten minimaal 18e eeuw zijn. Gelukkig hebben ze het toch geaccepteerd, anders was het misschien wel een hotel geworden. Nu is het een pareltje.
Iets verdop ligt Wakehurst Place, een dependance van Kew Gardens. 500 acres met botanische tuinen en speciaalbossen. Geen boom is van dezelfde soort als zijn buurman. En hier is ook de millenium Seed Bank gevestigd. Men probeert hier van alle plantensoorten ter wereld de zaden te verzamelen en op te slaan / in te vriezen. Voor als er wat uit dreigt te sterven.
Het huis uit de tijd van Elizabeth de Eerste doet dienst als kantoorruimte voor het runnen van Wakehurst. Je moet toch wat met zo’n Tudor huis.
‘s Avonds komen we terecht in de King’s Head in het plaatsje Wye. Dat is een uurtje rijden van Dover, dat is handig als we morgen de ferry van 12 uur willen halen. Het is erg gezellig in de pub, we eten fish & ships, drinken de plaatselijke ale en zetten een boom op met de mensen aan het tafeltje naast ons. Die kennen Holland goed, hij heeft jaren voor Philips gewerkt in Den Haag.
Ten slotte nog een greep uit de inventaris van de Wakehurst shop. Novelty parapluies.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten